Partneralimentatie voor de duur van drie jaar

Hoewel in de politiek wordt gediscussieerd over de duur van de partneralimentatie, bedraagt de wettelijke termijn op dit moment nog steeds twaalf jaar. Het feit dat de duur van de onderhoudsplicht wettelijk is geregeld, wil niet zeggen dat in álle gevallen een alimentatieverplichting van twaalf jaar wordt opgelegd. Soms is er een goede reden om aan te nemen dat de alimentatiegerechtigde eerder in staat is om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien.

In twee recente uitspraken van het Hof Den Haag kwam dit ook naar voren. In de eerste zaak was de alimentatiegerechtigde (de vrouw) betrekkelijk jong, namelijk 36 jaar. Uit het huwelijk waren geen kinderen geboren. De vrouw had een academische studie succesvol afgerond. Het Hof oordeelde dat de vrouw onder die omstandigheden in beginsel in haar eigen levensonderhoud zou moeten kunnen voorzien. Tijdens het huwelijk had de vrouw evenwel nauwelijks gewerkt, waarbij het werk dat zij deed niet aansloot bij haar opleiding. Mede gelet op de medische beperkingen (ecxeem en psychische klachten) gun het Hof de vrouw enige tijd om betaalde arbeid te vinden waarmee zij in haar eigen levensonderhoud kan gaan voorzien. Het Hof geeft de vrouw hiervoor drie jaar de tijd en beslist dat de alimentatieverplichting van de man na drie jaar op nihil wordt gesteld.

Ook in een zaak waarin de alimentatiegerechtigde (de vrouw) in een massagesalon werkt die nog in een opstartfase verkeert waardoor de omzetten nog beperkt zijn, meent het Hof dat de vrouw voldoende heeft aangetoond dat zij op dit moment nog niet volledig in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. De vrouw heeft bovendien aangetoond dat zij moeite heeft gedaan om haar huidige werkkring uit te breiden, maar dat die moeite nog niet heeft geleid tot een hogere omzet. Het Hof meent evenwel dat van de vrouw mag worden verwacht dat zij, gelet op haar opleiding, haar ruime werkervaring, het feit dat er geen kinderen geboren zijn tijdens het huwelijk en dat de vrouw niet langer intensieve zorg draagt voor haar zoon uit een eerdere relatie, de relatief jonge leeftijd van de vrouw (46 jaar) en het relatief korte huwelijk – in redelijkheid kan worden verwacht dat zij binnen een termijn van drie jaar geheel in haar eigen levensonderhoud kan voorzien.

Uit deze uitspraken blijkt weer dat de wettelijke termijn van twaalf jaar niet altijd redelijk wordt geacht, en dat in sommige situaties een kortere alimentatieverplichting wordt opgelegd. Wilt u advies over uw eigen situatie? Neem dan vrijblijvend contact met ons op!

038-7739060 of info@hetfamilierechtkantoor.nl